Zijn we allemaal gek? Misschien wel!

Bladerend door de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders ontdek je al snel vele overeenkomsten met de duizenden symptomen van de honderden psychische stoornissen. Is gek het nieuwe normaal?

De proefperiode van de nieuwe DSM, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders – ook bekend als de bijbel van de psychiatrie – loopt deze maand af. De DSM-5 had een proefperiode van 2 jaar. Het boek, dat samengesteld wordt door zo’n 200 belangrijke psychiaters en psychologen, startte met 50 stoornissen. Nu staan er wel 400 verschillende stoornissen in het boek. Zijn we met z’n allen gekker geworden of is gek tegenwoordig het nieuwe normaal?

Het boek van wel duizend pagina’s dik heeft de bedoeling om het diagnosticeren van psychische stoornissen gemakkelijker te maken. Volgens Jim van Os, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Maastricht, is de nieuwe DSM beter dan de vorige. De DSM-5 is namelijk iets anders dan de DSM-4: “De obsessieve compulsieve stoornis is een aparte categorie geworden, het syndroom van asperger is verdwenen – die valt nu onder de autismespectrumstoornis, bij de persoonlijkheidsstoornissen zijn er wat veranderingen en er zijn nog wat kleine dingen veranderd.” Voor het eerst is het aantal stoornissen niet gegroeid, maar staan er juist iets minder stoornissen in het handboek. En dat vindt de hoogleraar psychiatrie een pluspunt, want het is erg verwarrend dat er 400 verschillende stoornissen bestaan. “Eigenlijk zijn de stoornissen in het boek niet eens stoornissen. Het zijn gewoon labels die je op mensen plakt om te kunnen communiceren met elkaar. Daarbij passen de patiënten niet goed in de hokjes. De hokjes overlappen elkaar en het zijn er te veel. Het gaat nu eigenlijk meer over het labelen zelf dan over de unieke problemen die mensen hebben.” Volgens Jim van Os zouden we bij iedere patiënt een persoonlijke diagnose moeten stellen. Dan kijk je meer naar de oplossing in plaats van de patiënt op te zadelen met een benaming, een stoornis, die een negatieve lading heeft. “Iemand die het label schizofreen krijgt, moet niet denken dat hij geen normaal leven meer kan leiden,” zegt Van Os. “Je kunt veel beter kijken naar welke en hoeveel symptomen iemand heeft, om zo ieders unieke mix van symptomen te maken.”

Ondanks de mening van de hoogleraar psychiatrie, is er nu een DSM op de markt met 400 verschillende ‘stoornissen’. Als je erdoorheen bladert, zie je allerlei symptomen die je wel bekend voor kunnen komen. Iedereen is weleens impulsief en ook jij kunt je weleens ongemakkelijk voelen als je over straat loopt – terwijl je minder goed in je vel zit – en denken dat de mensen het over jou hebben. Als er 400 stoornissen zijn, is de kans groot dat jij ook in één van die hokjes past. Ben je dan gek? Nee hoor. Volgens Van Os is het volkomen normaal als je wat ‘vreemde’ trekjes hebt. De hoogleraar ziet alle stoornissen meer als menselijke variatie. Iedereen heeft wel eens angst. “Als je dat gaat meten in de populatie zie je een soort spectrum van angst,“ vertelt hij. “Angst is vergelijkbaar met je bloeddruk: iedereen heeft het en als het te hoog is, heb je hulp nodig.” Angst is dus een spectrum en geen stoornis, want binnen een spectrum zie je altijd variatie. En dat noemt Van Os psychische variatie. Onze stoornissen, om ze zo maar even te noemen, zijn de extreme gevallen van normale eigenschappen. Dat geldt voor angst, depressie, wantrouwen: iedereen heeft het wel eens, maar alleen als je uitschiet in het spectrum heb je hulp nodig. Dat betekent echter niet dat als je een stoornis hebt, gezien moet worden als iemand die niet goed wijs is. Want dat je last hebt of krijgt van extreme pieken bij die eigenschappen, zoals angst en wantrouwen, is vaak gewoon te verklaren vanuit je ervaringen of genen. “Iedereen heeft zijn eigen persoonlijke hoeveelheid angst of paranoia,” vertelt Van Os. “De een heeft weinig angst, de ander veel, en dat kan.” Zijn we dan allemaal een beetje gek of is het hebben van een psychische stoornis juist heel gewoon? “Eigenlijk is het heel gewoon,” zegt Van Os. “Als je op stoornisniveau kijkt, heeft 40% van de mensen wel eens last van de symptomen die bij de stoornissen omschreven zijn. Dus het is gewoon menselijk. Net zoals dat we weleens last hebben van een verkoudheid of een blaasontsteking.”
De symptomen van psychische stoornissen komen zo veel voor, omdat we kwetsbaar zijn. “We hebben nou eenmaal emoties nodig om te kunnen leven en overleven. We moeten wel gevoelig zijn voor stress en negatieve emoties kunnen ontwikkelen; dat heeft een doel.” Het is dus ook volkomen logisch dat je soms wat teveel van die emoties ontwikkelt, vindt Van Os. Hoe je ze ontwikkelt, heeft te maken met je ervaringen. Een erfelijke factor speelt ook een rol. “Iedereen heeft een bepaalde kwetsbaarheid,” zegt Van Os. “Soms gaat de kwetsbaarheid over in symptomen. Maar aan de symptomen is bijna altijd iets te doen. Ook als het door erfelijkheid ‘bepaald’ is.” Lichamelijke kwalen met een erfelijke aanleg, kun je behandelen; en dat geldt ook voor psychische kwalen. Dat je iets hebt wat tussen de oren zit, betekent dus niet dat je afgeschreven bent. Zelfs niet als je psychotisch of schizofreen bent. Net zoals de symptomen van andere ‘stoornissen’, kan iedereen dus weleens psychotische ervaringen krijgen. 

 

 

(bron: Scientias)

Gepubliceerd op: 17-6-2015